Woordjes leren.

Van een paar dingen die me geleerd zijn voor wat betreft het opvoeden van onze hond(en) heb ik extra veel plezier. Ze klinken heel voor de hand liggend maar daardoor juist een eye opener, voor mij althans. 

Ten eerste: de eerste klap is echt een daalder waard. Dingen die de eerste keer goed gaan, blijven goed gaan. En andersom is ook waar. Daar kun je nog van alles aan sleutelen, maar gemakkelijker is de eerste optie. 

Ten tweede: een super gemakkelijke manier van leren is benoemen wat je doet. De combinatie van doen en het woordje noemen gaat als vanzelf. Zo leer je een pup zitten,(“dat is zit, goed zo, je zit he, knap hoor”) liggen, enzovoort aan. Zo heb ik ook “wachten” aangeleerd: stukje samen snel lopen, dan plotseling stoppen en dan zei ik ‘wachten’. Ontzettend handig woordje op de trap, bij een ingang, op straat. En zo leer je ook opspringen aan, door steeds “laag, laag”, en druk doen, door steeds “rustig rustig” te roepen ;-).

Op Van Pup tot Puber vertelt fokster en hondenschool-eigenaresse Connie Berendsen hoe je een pup went dat er overal aan hem gezeten mag worden. Heel eenvoudig, je moet het alleen wel doen en volhouden.
In combinatie met het benoemen van de dingen is dat een heel prettig iets om aan te denken als je een hond krijgt. Honden kunnen honderden woordjes leren. En wij hebben vanaf het begin geleerd alle dingen van Suzie haar lijf te benoemen. Mag ik je pootje even zien, er zit iets tussen je teentjes, we gaan even nagels knippen, volgens mij zie ik daar een teek, ik moet je ogen even druppelen, ik ga je lekker even borstelen, enzovoort.  Je herkent het vast wel als je dit ook doet, dan loopt ze vanzelf naar de kast waar de borstel is, en wijst ze ook maar vast aan waar ik daarna de beloning kan pakken. Zo zijn we ook wel weer.

Tijdens onze zomervakantie hadden we een grasveld in de tuin dat bij nader inzien een bolletjesparadijs was. Niets was zo heerlijk als daarin rollen, en dan ook nog even in de kleigrond, vooral als ze nat was. En die gemene bolletjes leken wel mesjes zo scherp en die hechtten zich diep in dat zachte haar. Dat gefrunnik om dat eruit te krijgen vond ze echt helemaal niks, maar als we zeiden “het moet echt even want er zitten bolletjes in”, dan bleef ze lijdzaam staan en wachten tot het over ging. We lieten trouwens wel ruiken wat we allemaal uit haar vacht plukten en namen daar de tijd voor.
En nu heeft ze een oorontsteking en komt ze, met tegenzin maar wel uit zichzelf als ik het vraag, om zalf in haar oor te laten doen. Vroeger zouden we haar in een soort wurggreep genomen hebben en dan min of meer met geweld dat spul aangebracht hebben. Dat gaat nu dus godzijdank echt heel anders. 

Nou…. dit en nog meer, gaandeweg geleerd van collega’s en knappe professionals, niet wereldschokkend allemaal maar wel fijn en gemakkelijk.

Geluk zit in de kleine dingen.